Een dagelijkse bron van plezier is voor mij dingen zien in dingen

De eerste dingen zijn dan vaak gezichten met verschillende emoties, maar daarnaast bijvoorbeeld ook een ballend meisje, een kittig paardje, een trompetterende olifant, een rennende tekkel of een vriendelijke, luie draak. 

Die bijvoeglijke naamwoorden zijn hierbij belangrijk. Deze dingen zijn zelden ‘dingen an sich’. Ze zijn iets of ze doen iets.

Een ballend meisje? Een kittig paardje, met hoofdtooi? Een trompetterende olifant? Een trouwe hond, met oorbel?

Dingen die zich verstoppen

De tweede categorie dingen zijn de dingen waarin ze zitten verstopt of hoe ze zich hebben vermomd: een lichtknopje, een opengesneden paprika, een huis, een auto, een wolk, een tak, een plakbandhouder, ze zitten overal.

Je doet een la open of de koelkast, je snijdt een uitje, je zit in de file wat om je heen te kijken, je loopt door het bos om een waterplas heen, je ligt loom op je rug op je handdoekje aan het strand en -floep-! Daar springt-ie te voorschijn. Je hoeft er niks voor te doen. En als je ‘m eenmaal ziet, kun je ‘m ook bijna niet meer ont-zien. Dan is-ie er voor altijd. Telkens als ik een plakbandje afscheur is daar de loerende alien, en iedere avond zie ik een verbaasde blik in de lichtschakelaar. 

In sommige dingen ziet iedereen iets anders. En we hebben allemaal gelijk.

Veel mensen zien dingen in dingen. Maar niet iedereen. 

Je moet er je fantasie voor (durven) toelaten om dingen in de dingen te willen zien. Want verder is het volledig nutteloos. En is het niet ontzettend kinderachtig?! Eigenlijk is het een vorm van spelen.
Een geluksmomentje in je dag.

Wat zie jij in de foto hierboven?

{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}
>